Loze belofte: Voortgezet ouderschap


Tot vandaag was ik nog steeds in de naïeve veronderstelling dat de wet van 2009 ‘voortgezet ouderschap’ werkelijk bedoeld was contact met beide ouders te bevorderen. Het tegenovergestelde blijkt het geval.

Een belangrijke speler bij deze wet is de oud-rechter mw. Quik-Schuijt die zich bij de SP gevoegd had, waar we ook Nina Kooiman, oud gezinsvoogd, vinden. Beide dames heb ik altijd al dubieus gevonden.

Mevrouw Quik stelt openlijk dat kinderen 100% afhankelijk zijn van hun moeder en dat het afdwingen van een omgangsregeling door vader niet in het belang van het kind is. Ze was zelfs tegen de invoering van het omgangsrecht in 1990!
In 2005 was SP nog voorstander van gelijkwaardig ouderschap; hoe kan het dan zo iemand naar voren schuiven? Is het domheid of opzet?

Wet 2009

De wet ‘voortgezet ouderschap’ leek wat hoop te geven. Degenen die zich er in hadden verdiept wisten wel beter.  De tegenstrijdigheden lijken er doelbewust in gebracht. Zo blijkt uit de behandeling van de wet.

Mevrouw Quik heeft het niet zo op vaders

In een column schrijft mevrouw Quik over de vader van haar kinderen:

In 1985 werden ouders binnen het huwelijk gelijkwaardig. Toen ik mijn kinderen opvoedde had mijn man het nog voor het zeggen als we het niet eens waren over bijvoorbeeld de schoolkeuze. Hij wist dat uiteraard niet, we hebben dus nooit problemen gehad.

Bij de behandeling van de wet in november 2008 zegt ze:

Tot 1 januari 1985 was vaders wil nog wet! Toen ik mijn kinderen opvoedde, had ik dus eigenlijk niets te vertellen. Moeders hebben een enorme inhaalslag beleefd, maar hun glorietijd lijkt op zijn retour. De evaluatie van het eerste mediation project in de rechtspraak leverde veel interessante conclusies op. Een daarvan is dat niet de vrouw maar de man de zwakke partij is in de echtscheidingsprocedure. Een andere is dat de kinderen door mediation te veel buiten spel komen te staan.

En kreeg ze eenzijdige reacties op deze wet:

En dan hebben wij nog een stroom reacties over ons heen gekregen van bezorgde moeders, opa’s, vrienden en familieleden van kinderen die kapot zouden gaan aan de gevolgen van huiselijk geweld of psychische treiterijen door de vader die met de moeder het gezag deelt en met wie het kind wel om moet gaan.

Aan de andere kant roept ze op tot verplichte, betaalbare mediation en goede hulp om ouders te helpen bij scheiding. Tevens wil ze dat de overheid meer geld steekt in omgangsbegeleiding en -huizen. Hiertoe ondersteunde ze de motie Strik.
Dat is gelijk het enige positieve wat ik in haar bijdrage kon vinden.

Stukje inzicht blijkt uit de volgende quote over de beoordeling van een ouderschapsplan:

Als de rechter de zaak echter wel op zitting behandelt, zal hij veelal geen inzicht krijgen in de werkelijke stand van zaken. Het is nog steeds zo dat rechters een voorlopige voorziening in twintig minuten moeten behandelen, terwijl voor een beetje handelszaak vaak een of twee dagen beschikbaar zijn. Dat is de eigen verantwoordelijkheid van de rechtbank, ik weet het, maar het stoort mij nog steeds en daarom wil ik het vermelden. In die twintig minuten kunnen goed door hun advocaat geïnstrueerde partijen de rechter alles wijs maken. Ik maak mij daarover geen enkele illusie.

Sancties?

Alleen al uit de behandeling in november 2008 van de wet blijkt al dat men geen heil ziet in sancties. Geen wonder dat rechters zich er niet aan wagen. Vooral niet als het kind al wat ouder is en zelf zegt dat het niets met de andere ouder te maken wil hebben.

Tegen gedwongen omgang

Uit bovengenoemde behandeling blijkt dat mevrouw Quik nog steeds tegen gedwongen omgang is.

Omgang moet in het belang van het kind zijn. Het kind mag niet meer lijden onder de strijd tussen de ouders dan strikt nodig is. Als het gezond verstand al niet tot die conclusie komt, dan dwingt in elk geval artikel 3 van het IVRK tot die conclusie. Laat de minister niet aankomen met zijn stelling dat omgang altijd goed is voor het kind. Er is meer dan voldoende wetenschappelijk onderzoek, zowel in ons land als in de VS, dat aantoont dat spanningsvolle omgang slechter is voor het kind dan geen omgang.

Ze pleit er zelfs voor dat er geen zwaarwegende argumenten hoeven te zijn. Als het belang van het kind zich ook maar enigszins verzet, dan hoeft er geen omgangsregeling te komen.

Artikel 377a is mij een doorn in het oog. Ik begrijp niet dat de minister kan volhouden dat een omgangsregeling die nadelig is voor het kind niet in strijd is met het internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind. Heel veel kinderen vinden het niet leuk om naar hun grootouders te gaan, maar ouders zeggen dan: opa en oma vinden het leuk als je komt, dus je gaat maar mee.
Dat is een geheel andere situatie dan wanneer de moeder zegt: ik heb ruzie met je vader en met je opa en oma, maar jij moet er van de rechter heen. Dat is volgens mij nadelig voor het kind. Het staat nu zo in de wet dat de rechter het dan toch maar moet toewijzen, tenzij dat ernstig nadeel oplevert. Ik vind dat een onacceptabele uitleg van het internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind en van deze wetsbepaling.

Maar natuurlijk is dát nadelig voor het kind! Hoe bestaat het dat een voormalig kinderrechter het normaal vindt dat moeder zegt: ‘je moet van de rechter’?
Net als bij opa/oma dient moeder te zeggen: “papa houdt van je, dus je gaat!” Dat is verre van nadelig voor het kind en juist in zijn belang! Tenzij vader echt slecht is voor het kind, maar we hebben het hier over normale ouders.

Eenhoofdig gezag

Als we dachten dat deze wet gezamenlijk gezag wil bevorderen dan worden we alweer teleurgesteld.

Notabene de SGP stelt:

“Liever één ouder met gezag dan twee met ruzie”, zou het motto ook voor dit wetsvoorstel kunnen zijn.
De plicht, omschreven in het voorgestelde lid 3 van artikel 47, namelijk de plicht van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen, is in onze ogen dan ook een voorwaardelijke plicht. Een plicht kan niet anders dan naar vermogen worden vervuld. De regering lijkt de mogelijkheid van onmacht in dezen min of meer te miskennen.

Je zou haast gaan denken dat SGP vrouwen meer macht wil geven….

CDA vindt:

Echter, de vrede tussen scheidende of gescheiden ouders, die voorwaarde is om het belang van het kind tot zijn recht te laten komen, kan de wet niet bewerkstelligen. Vrede tussen ouders en gelijkwaardig ouderschap zijn schone en nastrevenswaardige doeleinden, maar ze vormen allerminst een garantie dat gezamenlijk ouderschap niet tot conflictueuze omgangsregelingen leidt. Daarom zal er ruimte moeten blijven voor eenhoofdig gezag, hoezeer dat ook in zekere zin tot onze spijt is teruggedrongen als gevolg van de aanvaarding van wetsvoorstel 29553.

Mevrouw Quik verwacht weer meer eenhoofdig gezag:

Ik heb toch nog een opmerking over het gelijkwaardig ouderschap. Ik vind het mooi dat dit in de wet is gekomen. De rechtspraktijk heeft veel problemen met het altijd maar voortduren van het gezamenlijk gezag, ook wanneer een van de ouders onbereikbaar is en er praktisch niets aan doet. Ik heb het gevoel dat je bij gelijkwaardig ouderschap als norm voor ouderschap na echtscheiding bijna niet meer kunt volhouden dat er altijd gezamenlijk gezag is, ook als de ene ouder er helemaal niets aan doet en in het verre buitenland onbereikbaar is. Dat zal naar ik verwacht een kentering gaan geven in de rechtspraak, in die zin dat er misschien toch eerder weer tot eenhoofdig gezag zal worden overgegaan. Daarover zou ik op zichzelf niet rouwig zijn.

Ook hier valt op dat zij alleen maar de problemen van afwezige ouders ziet en niet de problemen van onterecht verstoten ouders en de gevolgen voor de kinderen(!).

Klemcriterium

In de wet staat een ‘uitzondering’, dit wordt het klemcriterium genoemd. Als het kind klem komt te zitten tussen beide ouders, dan is een omgangsregeling en/of gezamenlijk gezag niet in belang van het kind.

Het is dus heel simpel om je kind te claimen…. Maak zoveel mogelijk ruzie met je ex. Maak hem/haar flink zwart bij je kind. Je kind komt dan in een loyaliteitsconflict en dus klem te zitten. Kat in bakkie.

Conclusie: pro ouderverstoting

Deze wet werkt juist ouderverstoting in de hand. Het lijkt wel opzet.

Hoe meer haat en strijd je opwerpt hoe groter je beloning. Je ex maak je kapot met zijn/haar eigen kinderen. Je kinderen zijn zo loyaal aan jou alleen, dat de rechter hun trauma niet gaat vergroten en je ex buitenspel zet. Soms heeft een rechter de moed om jou wel de schuld te geven, maar het is niet mogelijk om tegen je in te gaan, want dat is zo zielig voor de kinderen.

Hoe bestaat het dat er in Nederland wetten zijn die
haat, discriminatie, buitensluiten familie, pesten, vals beschuldigen
toestaan en daarmee zelfs uitlokken?

Uitspraken van mw. Quik als rechter

Om een breder beeld te krijgen heb ik ook gezocht op uitspraken in de tijd dat mevrouw Quik kinderrechter was.

Tot slot

Er is vast nog veel meer over te zeggen en voor mijn gevoel ben ik het meeste vergeten en is het een warrig geheel geworden.

Uit de achtergronden van de wet blijkt dat onze valse hoop gegeven is.

Dat het doel helemaal niet onvoorwaardelijk gelijkwaardig ouderschap is. Vooral het klemcriterium is bedoeld om weer terug te kunnen naar eenhoofdig gezag, zoals vooral mevrouw Quik graag zou zien.

Zie ook:

 

Verkorte url: xrl.nl/VC3QB3

Advertenties

Over GEZINsZorg

Voorvechter om het gezin weer op de eerste plaats te krijgen in jeugdzorg. Geef ouders en kinderen een stem en de regie in handen.

Geplaatst op 9 juli 2014, in Ouderlijk gezag, Ouderverstoting/Vechtscheiding en getagd als , , , . Markeer de permalink als favoriet. Een reactie plaatsen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s